Standpunten

Standpunten brancheorganisatie NSO

Een tabaksspeciaalzaak verbieden om tabaksspeciaalzaak te zijn is onnatuurlijk
De functie van een winkel is het etaleren van de producten die de winkelier verkoopt, anders kan hij of zij de winkel net zo goed sluiten en alles online gaan verkopen. Daarom zien we auto’s op een autoboulevard en brood in een bakkerij. Als een consument een tabaksspeciaalzaak binnenstapt, weet hij of zij dat hier tabaksproducten te koop zijn.

Daarnaast is de adviesfunctie van een winkelier van belang. Dit speelt vooral bij producten die een specialistisch karakter hebben zoals de sigaren en bij nieuwe producten die uitleg nodig hebben, zoals elektronische sigaretten en rookloze tabaksproducten.

Dit zijn nu juist de aspecten waar onze tabakswinkels zich in onderscheiden. Wij vinden dat het ontwerpbesluit van de regering, waarin vermeld staat dat tabaksspeciaalzaken die niet hun andere producten en diensten (met uitzondering van loten en dagbladen) afstoten hun gehele assortiment moeten afdekken, volstrekt onvoldoende rekening houdt met de bijzondere positie van de tabakswinkelier. Ook de zogenaamde kleine ondernemers regeling biedt geen soelaas. De grens van € 700.000 is te laag omdat de omzet in hoge mate bepaald wordt door hoge accijnzen. De tenminste 75% tabaksomzet grens voldoet niet doordat onze winkels nu eenmaal andere producten en diensten nodig hebben. Daarbij komt dat deze regeling ook nog eens bijzonder veel administratie vergt.

Uitstekende naleving regelgeving
Tabak is schadelijk voor de gezondheid, dat wordt door alle ondernemers met een tabaksspeciaalzaak beaamd. Verkoop van tabaksproducten moet daarom op een verantwoorde wijze plaatsvinden, uitsluitend aan consumenten van 18 jaar en ouder. Al jaren zet de branche zich vol in om deze regels correct na te leven.

De NSO steunt het beleid om roken onder jongeren te ontmoedigen, neemt haar verantwoordelijkheid als branche voor tabaksspeciaalzaken en ondersteunt de NIX18 campagne. De NSO heeft zich met name gericht op voorlichting- en scholingsactiviteiten (door middel van e-learning) en heeft een ID-checker breed gedistribueerd.

Daarnaast is de ‘Taskforce Naleving Leeftijdsgrens Tabak’ (TNLT) opgericht, die zich richt op extra controles op de naleving van de leeftijdsgrens. In totaal heeft de TNLT in de periode van november 2015 t/m oktober 2017 zeven controlerondes uitgevoerd bij onder meer tabaksspeciaalzaken. Als gevolg daarvan zijn er de afgelopen jaren substantieel betere resultaten geboekt in de naleving van de leeftijdsgrens.

  • De NSO en de ondernemers spannen zich tot het uiterste in om te voldoen aan alle bestaande wet- en regelgeving inzake de verkoop van tabaksproducten en rookwaren.
  • Ze hebben oog voor de maatschappelijke discussie rondom deze producten en begrijpen dat het aandeel van tabak in hun winkel de komende jaren minder gaat worden.
  • Ze zijn ook bereid om vrijwillige maatregelen te nemen om de zichtbaarheid van tabak in het straatbeeld te verminderen.

Gevolgen nieuwe regelgeving
Een volledige uitstalverbod op tabaksproducten en rookwaren voor de tabaksdetailhandel is niet reëel en heeft grote gevolgen voor de ondernemers.
De voorgestelde mogelijkheid van een uitzondering voor winkels is ook geen reëele optie. Zoals in Anno Nu beschreven is, zijn er in de branche tientallen luxe speciaalzaken. Winkels die gekenmerkt worden door hun passie en expertise voor (specialistische) rookwaren, waaronder sigaren, pijptabak en toebehoren, e-sigaretten en rookloze tabaksproducten. Daarnaast verkopen óók deze super speciaalzaken heden ten dage aanvullende assortimenten, zoals luxe lederwaren, koffie, thee, luxe chocolade en kansspelen. Met andere woorden een winkel van ‘genieten’, gericht op de volwassen consument. De specialiteiten buiten tabak zijn essentieel voor een gezonde margemix met bijbehorend ondernemersinkomen.

Het speelveld van de supermarkt
In haar reactie op de internetconsultatie (september 2017) heeft de NSO aangegeven dat de tabaksbranche volstrekt anders is dan de supermarktbranche.
De tabaksspeciaalzaak is veel sterker afhankelijk van tabaksverkoop, heeft een veel breder assortiment tabaksartikelen en is daar qua winkelinrichting en formule volledig op ingesteld. Daarnaast maakt onze branche gebruik van de vrijstelling in de wet om tabaksreclame in de winkel te maken. Dit alles geldt voor winkels die ruim binnen de definitie van het begrip speciaalzaak van de Tabaks- en rookwarenwet Art 1, lid 1 vallen.


Definitie Tabaks- of elektronische sigarettenspeciaalzaak
Tabaks- of elektronische sigarettenspeciaalzaak: een inrichting, zijnde een winkel of een onderdeel daarvan, met een afsluitbare eigen toegang, waarin een totaal assortiment aan tabaksproducten of elektronische sigaretten en navulverpakkingen van ten minste 90 merkenversies aanwezig is voor het in de handel brengen en:
a. met een verkoopvloeroppervlakte van minimaal 10 m² of;
b. met een verkoopvloeroppervlakte van minder dan 10 m², die reeds voor 1 januari 2001 als tabakszaak of voor 20 mei 2016 als elektronische sigarettenzaak stond ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.


Het was de Tweede Kamer in eerste instantie te doen om de zichtbaarheid van tabaksproducten in juist de supermarkten te verminderen. Echter, onder het mom van een ‘level playing field’ (gelijke behandeling tabaksspeciaalzaken en supermarkten) zijn nu ook de tabaksspeciaalzaken onderdeel geworden van het voorgestelde uitstalverbod.
Uit marktcijfers – uit onder andere Engeland – blijkt dat de speciaalzaken bij een uitstalverbod meer marktaandeel verliezen dan andere verkoopkanalen, en met name de tabaksspeciaalzaken.

De NSO heeft sterk de indruk dat supermarkten enkel eigen economisch voordeel bij de verkoop van tabaksproducten willen verkrijgen door misbruik te maken van het begrip ‘level playing field’ (gelijke behandeling van tabaksspeciaalzaken en supermarkten). Dit terwijl de praktijk een beeld geeft waaruit blijkt dat deze winkels totaal van elkaar verschillend zijn en ook niet met elkaar vergeleken kunnen worden. Het economisch belang van een productgroep die voor supermarkten minder dan 6% van de omzet uitmaakt is van een significant kleinere orde dan die voor tabaksspeciaalzaken, die bovendien een bijzondere positie hebben in de Tabaks- en rookwarenwet. Hier is de omzetafhankelijkheid meer dan 10 keer zo groot en wordt het winkelbeeld -in tegenstelling tot de supermarkten- bepaald door vele strekkende meters tabak in de winkelinrichting.

Kortom: de voorgestelde maatregelen zijn zeer gunstig voor de supermarkten en zeer ongunstig voor de kleine zelfstandige tabaksspeciaalzaken. En dat was nu precies wat de Tweede Kamer wilde voorkomen. De dominante positie van de supermarkten zal alleen maar verder versterkt worden. Als de zichtbaarheid van tabak overal verdwijnt, zal de tabaksspeciaalzaak het onderspit delven en wordt aan de veelzijdigheid van het winkellandschap een slag toegebracht die slecht is voor het voorzieningenniveau van wijk en buurt en voor de werkgelegenheid.

Het dilemma
Op basis van het voorstel in het ontwerpbesluit staan de ondernemers van tabaksspeciaalzaken voor een enorm dilemma en zouden ze moeten kiezen voor één van de twee opties:

  1. Zij mogen slechts tabaksproducten laten zien in de winkel, als zij uitsluitend tabak en aanverwante producten (vloeipapier, aansteker, etc.) en loten en dagbladen gaan verkopen. Dit met de wetenschap dat deze assortimentsgroep in de toekomst steeds minder rendeert, waardoor het onmogelijk wordt om hun winkel op lange termijn overeind te houden. Dit alles in de wetenschap dat de overige (luxe) goederen en diensten noodzakelijk zijn om voort te bestaan.
  2. Zij moeten alle tabaksproducten volledig afschermen, wat direct grote financiële gevolgen heeft en waardoor ze een compleet nieuwe winkelinrichting moeten aanschaffen. De winkelformule zelf moet ook volledig worden veranderd. Dit vergt enorme investeringen en zal voor veel winkeliers heel moeilijk en soms zelfs onhaalbaar zijn.

Omdat het ministerie van VWS ons voor dit onmogelijke dilemma dreigt te stellen en wij de hardwerkende ondernemers, hun medewerkers (en de gezinnen daarachter) en de sociale buurtfunctie van de tabaksspeciaalzaken willen beschermen, doen wij een beroep op de Tweede Kamer om (samen met ons) tot een oplossing te komen voor de spagaat waarin wij zitten.

De oplossing
Het dilemma is relatief eenvoudig op te lossen, door de ruim 1500 winkels in onze branche een vrijstelling te geven voor het tonen van tabaksproducten in de winkel. We hebben het dan over alle winkels die voldoen aan de definitie van tabaksspeciaalzaak zoals momenteel opgenomen in de Tabaks- en rookwarenwet.

In deze winkels wordt op een verantwoorde wijze tabak verkocht. Als een volwassen consument om advies vraagt (bijvoorbeeld over elektronische sigaretten of rookloze tabaksproducten), dan kunnen deze winkeliers hen op een verantwoordelijke manier van dienst zijn, dankzij de kennis die ze hebben.

In een eerdere reactie naar het Ministerie van VWS, heeft de NSO al laten weten af te willen zien van de wettelijke mogelijkheid om tabaksreclame te maken aan de buitengevel van de winkel. De jeugd die in de buurt van de winkel komt wordt dan op geen enkele wijze meer met tabaksreclame geconfronteerd. De NSO vindt het zeer verdedigbaar dat e-sigaretten, rookloze tabaksproducten en sigaren uitgezonderd worden van een uitstalverbod. Een uitzondering voor deze producten is consistent met de wijze waarop in Nederland per 20 mei 2016 gezondheidswaarschuwingen zijn ingevoerd en die verplicht zijn onder de Europese tabaksproductenrichtlijn. De uitzondering is ook verstandig gezien het feit dat tabakswinkeliers bij uitstek in staat zijn om verantwoord advies over deze productcategorie aan de consument te verstrekken.

Deze Europese productrichtlijn maakt een duidelijk onderscheid tussen gezondheidswaarschuwingen voor, voor roken bestemde tabaksproducten en voor rookloze tabaksproducten. Zowel de Europese als de Nederlandse wetgever onderkennen hiermee uitdrukkelijk dat rookloze tabaksproducten en elektronische sigaretten een ander risicoprofiel hebben en bijgevolg ook een andere gezondheidswaarschuwing dienen te dragen. Gelet op het verschillend risicoprofiel van rookloze tabaksproducten en elektronische sigaretten is het niet meer dan logisch de reeds gemaakte beleidskeuze ook door te trekken voor het uitstalverbod en deze producten dus hieraan te onttrekken. Door rookloze producten uit te zonderen van een uitstalverbod wordt de volwassen roker in de gelegenheid gesteld om kennis te nemen van deze producten. Hiermee wordt voor rokers die niet willen of kunnen stoppen de overstap van traditioneel tabaksproduct naar mogelijk minder schadelijke alternatieven  in de hand gewerkt.

De NSO  bepleit daarnaast dat verpakkingen van sigaren getoond mogen blijven worden. Dit omdat uit alle onderzoeken blijkt dat deze producten vrijwel uitsluitend door oudere consumenten genuttigd worden. Deze assortimentsgroep maakt slechts een zeer beperkt deel uit van de totale omzet tabaksproducten maar vergt wel veel advies, net als bij elektronische sigaretten en rookloze producten en draagt bij aan het gespecialiseerde karakter van de winkels. Ook sluit een uitzondering voor verpakkingen van sigaren zwaarder dan 3 gram aan op het onderscheid dat gemaakt is bij de implementatie door de Nederlandse overheid van de 2e Europese Tabaksproductenrichtlijn.

Onze vraag
Als brancheorganisatie pleiten wij ervoor om de adviesmogelijkheid van de winkelier in stand te houden en om de belangrijke bijdrage die de tabaksspeciaalzaken leveren aan de leefbaarheid van buurten en wijken, te respecteren. Onze winkels, met daarachter hardwerkende ondernemers, doen er echt toe. Wij vragen dan ook om rekening te houden met de bijzondere positie van de tabaksspeciaalzaken. Een mogelijkheid die de Kamer ook heeft geboden, middels het aangenomen amendement Volp/Dik Faber (34470 nr 14). Bij diezelfde algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat dit verbod niet geldt voor bij algemene maatregel van bestuur aangewezen verkooppunten van tabaksproducten en aanverwante producten. Daarbij kan gedacht worden aan speciaalzaken.

Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR)
Het adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) heeft op 4 augustus 2017 haar visie op het ontwerpbesluit rondom het voorgestelde uitstalverbod gegeven:

  • Het college adviseert de onderbouwing van nut en noodzaak van het voorstel tot uitstalverbod aan te vullen.
  • Het college adviseert in de toelichting op te nemen welke andere mogelijk minder belastende wettelijke maatregelen zijn overwogen en waarom niet voor deze alternatieve maatregelen is gekozen.
  • Het college adviseert de paragrafen over de regeldruk met een aantal handelingen en kostenposten aan te vullen. Het adviseert bovendien om de regeldrukparagraaf bij het besluit in te vullen.

Tot slot adviseert het college dit voorstel niet vast te stellen, tenzij met deze adviespunten rekening is gehouden.

De NSO roept de Tweede Kamer op om het advies van de ATR op te volgen.