De wet

De wet en een gelijk speelveld

Relevante artikelen uit de Tabaks- en rookwarenwet.

8.1. Tabaks- en rookwarenwet  Geldend vanaf 1 juli 2017 §1. Begripsbepalingen

Artikel 1
Tabaks- of elektronische sigarettenspeciaalzaak: een inrichting, zijnde een winkel of een onderdeel daarvan, met een afsluitbare eigen toegang, waarin een totaal assortiment aan tabaksproducten of elektronische sigaretten en navulverpakkingen van ten minste 90 merkenversies aanwezig is voor het in de handel brengen en:
a. met een verkoopvloeroppervlakte van minimaal 10 m2, of
b. met een verkoopvloeroppervlakte van minder van 10 m2, die reeds voor 1 januari 2001 als tabakszaak of voor 20 mei 2016 als elektronische sigarettenzaak stond ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.

Artikel 5

  1. Elke vorm van reclame of sponsoring is verboden.

5. Het eerste lid geldt evenmin voor:

b. Uitsluitend voor de koper van tabaksproducten, elektronische sigaretten of navulverpakkingen bestemde reclame in een tabaks- of elektronische sigarettenspeciaalzaak of aan de voorgevel daarvan, dan wel in een met een afsluitbare eigen toegang duidelijk afgescheiden verkooppunt van tabaksproducten, elektronische sigaretten of navulverpakkingen in een levensmiddelenzaak of een warenhuis, mits de reclame niet op minderjarigen is gericht en:
1. Aan de voorgevel van een tabaks- of elektronische sigarettenspeciaalzaak in totaal niet meer van 2 m2 beslaat;
2. Voor zover aanwezig in een afgescheiden verkooppunt van tabaksproducten, elektronische sigaretten of navulverpakkingen in een levensmiddelenzaak of een warenhuis alleen is bevestigd aan, op, in of tegen het gedeelte van de besloten ruimte dat bestemd is voor de presentatie van tabaksproducten, elektronische sigaretten of navulverpakkingen en uitsluitend is gericht op personen die in het verkooppunt zelf aanwezig zijn;
3. Voldoet aan de bij ministeriële regeling te stellen voorschriften.
7. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het bijzonder voor minderjarigen bestemde goederen en diensten worden aangewezen, die niet bedrijfsmatig mogen worden verstrekt in tabaks- of elektronische sigarettenspeciaalzaken en in afgescheiden verkooppunten van tabaksproducten, elektronische sigaretten of navulverpakkingen in levensmiddelenzaken en warenhuizen, indien daar reclame voor tabaksproducten, elektronische sigaretten of navulverpakkingen wordt gemaakt.

Vooropgesteld: de supermarkten hebben conform artikel 5 lid 5 sub b. van de Tabaks- en rookwarenwet exact dezelfde mogelijkheden als een tabaksspeciaalzaak. De supermarkten hebben van deze mogelijkheid echter geen gebruik gemaakt en vinden dat onze winkels nu ook het uitstalverbod moeten ondergaan. Dat is vreemd en onrechtvaardig. Door de keuze die onze winkels gemaakt hebben om tabaksspeciaalzaak te worden zouden we nu opeens hetzelfde moeten doen als de supermarkt!

Standpunt NSO

  1. De winkels in onze branche hebben naar onze mening recht op een vrijstelling voor het tonen van tabaksproducten in de winkel. We hebben het dan over alle winkels die voldoen aan de definitie van tabaksspeciaalzaak zoals opgenomen in de Tabaks- en rookwarenwet. Zij voldoen daarmee aan alle eisen.
  2. De benadering in de tweede tabaksproductenrichtlijn (TPD2) rechtvaardigt een algehele vrijstelling te verstrekken voor rookloze tabaksproducten, elektronische sigaretten en sigaren, voor het uitstalverbod en voor het maken van reclame.
  3. De vergelijking tussen supermarkten en tabaksspeciaalzaken gaat mank: tabak betekent voor supermarkten minder dan 6% van de omzet, voor tabaksspeciaalzaken is tabak minstens 10 keer zo belangrijk.
  4. Supermarkten hebben zelf de kans gekregen om een gelijk speelveld te creëren. Hier hebben zij niet voor gekozen.
  5. De NSO wil uitvoering geven aan haar voorstellen van 5 december 2016. Deze zijn op verzoek van het Ministerie opgesteld. Wij gaan graag met u hierover in gesprek.